Hoeve Biesland
Bieslandseweg 1
2645 BM Delfgauw
T: (015) 2125634
Jan en Mieke Duijndam
info@hoevebiesland.nl

Hoeve Biesland

De Kringloop

“Maak een kringloop van grond tot mond”. Alles op onze boerderij draagt hier aan bij.

De bodem

De bodem is de basis. Een goed bodemorganisme zorgt voor een goede kwaliteit gras. Daardoor blijven onze koeien gezond. Het vee produceert melk en een uitstekende kwaliteit vlees. Onze streekproducten worden afgenomen door lokale en regionale horeca, winkels en particulieren. Jong en oud kunnen genieten, helpen en leren op de boerderij en in de polder. Zo wordt de samenleving betrokken en het land duurzaam beheerd. De natuur – de weidevogels, planten en vissen – vindt er haar plek. Dit verhoogt de belevingswaarde van het gebied. Het beheer van de natuur(elementen) levert materiaal op, zoals rietkragen, slootvegetatie, takken. Deze worden weer gebruikt als strooisel in de stallen van het vee. Vermengd met koeienpoep vormt dat strooisel een nieuwe basis voor een gezonde bodemgrond. En zo zijn we terug bij ‘de bodem is de basis’. Ook onze zonne-installatie draagt bij in onze kringloop. De samenleving kan mede-investeren in de zonnepanelen op ons dak. Zo produceren wij op een duurzame, milieuvriendelijke manier en geven er streekproducten voor terug. Onze nieuwe koeientuin, waarvoor de plannen gemaakt worden, zal onze kringloop in de toekomst weer verbreden. Wij blijven innoveren en zijn altijd op zoek naar de juiste samenhang tussen de landbouw, de natuur en het betrekken van de samenleving. Zo zijn wij in staat om een hogere natuurwaarde en belevingskwaliteit te kunnen aanbieden.
Zo zijn wij in staat om een hogere natuurwaarde en belevingskwaliteit te kunnen aanbieden.

Onze dieren

Alles op onze boerderij speelt een rol in onze kringloop, ook alle dieren. De koeien zorgen met hun mest voor een goede bodem. Zij eten de kruidenrijke grassen die groeien op deze goede bodem. Zo produceren zij mooie biologisch-dynamische streekproducten als melk en het van uitstekende kwaliteit vlees dat wij in onze eigen slagerij verwerken.
Wij hebben op onze boerderij ongeveer 140 stuks melkkoeien, ca. 140 stuks jongvee en 2 stieren van het ras Montbéliarde. Een 35-tal schapen (Texelaars), wat kippen, eigen paarden en een pony, en onze hond Balou.

Onze koeien

Ruige omstandigheden vragen om Franse koe

Doordat wij het land optimaal inzetten voor weidevogels hebben wij te kampen met gras van een matige kwaliteit. Maar onze koeien moeten wel voer hebben en gezond blijven. Hiervoor is een oplossing gevonden. Een aantal jaar geleden zijn we omgeschakeld naar een ander ras koe.

Deze koe is opgewassen tegen wat ruigere omstandigheden. Het zijn geen koeien die we vaak tegenkomen in Nederland: de Montbéliarde koe. Deze Franse koe heeft als eigenschap minder melk te produceren; bij ons ca. 16-18 liter op een dag, terwijl een gemiddelde Hollandse koe ca. 26-28 liter melk per dag geeft (een biologische koe ca. 20-22 liter). Voordeel is wel dat deze viervoeters goed bevleesd zijn.

Van jongvee tot melkvee en kalfjes

Momenteel werken wij met 140 melkkoeien, 10 afmestkoeien (koeien die naar de slacht zullen gaan), 140 stuks jongvee (onvolwassen koeien) en 2 stieren.

Het jongvee wordt vanaf ca. 21 maanden oud door de jonge stier gedekt en al het melkvee door de oudere stier. We krijgen elk jaar ca. 130 kalfjes: ongeveer 65 kuisjes (meisjes kalfjes) en ongeveer net zoveel stiertjes. Deze laatste gaan naar een biologische stierenhouderij. De kuisjes blijven op het bedrijf om (meestal) eerst melk en dan vlees te produceren. Als we melk willen produceren, moet er eerst een kalfje geboren worden. Dus, zonder kalfjes geen melk. Er worden elk jaar ongeveer 65 koeien geslacht om het bedrijf niet verder te laten groeien.

Keuze voor het ras

In ons grasland hebben we een grote diversiteit aan plantensoorten. Deze diversiteit willen we behouden, want die is goed voor de natuur. Ook werken wij met minder bemesting en maaien wij later vanwege het weidevogelbeheer. Dat zorgt ervoor dat het gras dat hier groeit niet geschikt is voor koeien die heel veel melk moeten geven (de gemiddelde Hollandse koe).

Door met het ras Montbéliarde te werken, hebben we koeien die zowel melk als vlees van een goede kwaliteit geven. We hebben een tijdje gewerkt met een gelijkwaardig, maar hoornloos, ras: Fleckvieh. Helaas bleken niet alle nakomelingen hoornloos en dus (omdat onze stallen niet zijn ingericht op koeien met hoorns) hebben we toch weer voor een Montbéliarde stier gekozen. Vanaf 2012 zal onze veestapel wel koeien met hoorns krijgen en dat zal even wennen (en aanpassen) worden!

Onze Melk

Omdat wij werken volgens het concept Boeren voor Natuur kopen wij geen krachtvoer in. De koeien groeien daardoor trager en geven minder melk. Een ‘gewone’ koe uit de intensieve veehouderij geeft ca. 28 liter melk per dag en die van ons ca. 18 liter. Onze melk wordt gekoeld bewaard. Campina haalt elke 3 dagen de melk op en verwerkt het tot biologisch-dynamische producten. Deze producten zijn te vinden onder het merk ‘Demeter’ in de natuurvoedingswinkels, zoals Ekoplaza. Je kunt de melk ook per liter bij ons kopen met je zelf meegenomen fles. Neem daarvoor contact op met Hoeve Biesland.

Onze stieren

Vanaf 1997 houden wij stieren op ons bedrijf.

Door de omschakeling naar een biologische veestapel werken wij niet meer met kunstmatige inseminatie, maar met echte stieren. Er is meestal een jonge en een wat oudere stier. De jonge wordt bij het jongvee gezet en de oude staat apart in de grote stal. Daar zetten we dan melkkoeien bij die gedekt moeten worden. Dit plannen we altijd in vanaf augustus, zodat de meeste kalfjes van augustus tot januari geboren worden.

Wisseling van de stierenwacht

We hebben inmiddels al een hele lijst van stieren gehad. Ze blijven gemiddeld maar 3 jaar op onze boerderij, want anders lopen ze kans hun eigen dochter tegen te komen. Dan zou je inteelt kunnen krijgen en dat willen we niet. Bovendien wordt een stier, als deze een jaar of 3, 4 oud is, te zwaar om onze koeien op een natuurlijke manier te dekken.

IMG-2372 copy

Jan
  • vanaf 15 oktober 2012 bij het jongvee
  • geboren 18 januari 2012
  • ras: 87% Montbéliarde / 12% Holstein-Friesian (HF)
  • leuk weetje: Deze stier is niet vernoemd naar de boer, maar heette echt al Jan toen we hem kochten.
IMG-8518

Bernhard
  • vanaf 10 juli 2011 bij het melkvee
  • geboren 24 april 2010 in Beieren (Duitsland)
  • ras: 100% Fleckvieh
  • leuk weetje: Een naam aan deze stier geven was een prijsvraag tijdens de Biesland Dagen 2011. De naam Bernhard is toen bedacht door Jan en Mirjam de Bruijn, die bij ons voor aan de weg in de Halve Molen wonen.

Onze schapen

Naast ons rundvee hebben we ook 35 schapen in ons eigen beheer.
Schapen passen perfect naast koeien, omdat zij eten wat de koeien niet graag lusten. Elk schaap krijgt gemiddeld twee lammetjes per jaar. Onze schapen lammeren in mei. Dit is gemiddeld een maand of twee later dan bij andere bedrijven. Schapen krijgen hun lammetjes altijd binnen (in de stal). In mei is het weer al beter en kunnen ze dus sneller weer naar buiten. Enerzijds is het dus een drukke boel bij ons in de lente. Anderzijds hebben wij elk jaar weer aanvoer van overheerlijk mals lamsvlees.

IMG-9534
IMG-9549
IMG-9413

Ons voer

Gras voor koeien en vogels

Onze koeien eten, net als andere koeien, het liefst lekker vers en mals gras. Wij hebben dan ook het liefst de koeien buiten lopen. In het voorjaar mag dat maar op een aantal stukken land. In overleg met een groep weidevogelaars, die kijken op welke percelen er geen of nauwelijks nesten zijn, wordt besloten waar de koeien mogen grazen. Vervolgens wordt steeds gekeken welke stukken al gemaaid kunnen worden. Als alle vogels hun nesten hebben uitgebroed, wordt ook de rest gemaaid. Dat maaisel wordt opgeslagen in balen. Deze worden gemerkt zodat we in de winter exact weten wat er inzit. Zo kunnen we een uitgekiend menu samenstellen in de maanden dat de ‘dames’ binnenstaan.

Voer in de winter

Om de kwaliteit van het melkvee op peil te houden is er jaarlijks een hoeveelheid krachtvoer nodig om ze bij te voeren. Hiervoor is triticale of wintertarwe een geschikt voer. Triticale is een kruising van rogge en tarwe. Dit graan wordt zomers geoogst en ingekuild, en in de winter gedoseerd aan de koeien gevoerd.

  • Meer informatie over triticale is hier te vinden
  • Meer informatie over inkuilen is hier te vinden: kuilvoer.

Er is geprobeerd om triticale in de Bieslandse Bovenpolder te telen. Daar is in 2009 8 hectare triticale ingezaaid. Na twee keer inzaaien gaf het de eerste keer een redelijke oogst, maar de keren daarna was de opbrengst niet goed. Om de wortelonkruiden weg te krijgen, wordt in 2013 grasklaver ingezaaid. Het is nu nog onduidelijk of er ooit weer triticale wordt ingezaaid.

In Berkel wordt al ongeveer 10 jaar een stuk grond van 7 ha gepacht om afwisselend grasklaver of triticale te telen. De oogst hiervan voorziet de huidige veestapel echter maar gedeeltelijk in de behoefte; in totaal is eigenlijk 18 ha nodig. Ook hebben we te maken met vruchtwisseling. Dat houdt in dat je geen jaren achtereen tarwe op hetzelfde stuk land kunt inzaaien. Het moet om de twee jaar worden afgewisseld met bijvoorbeeld luzerne of grasklaver.

Binnen het contract Boeren voor Natuur is voor 2013 afgesproken dat, gezien het gebrek aan geschikte graangronden in de buurt, er biologisch voer van buiten mag worden aangevoerd, mits dit in mest weer wordt afgevoerd. Zo houden we de kringloop in evenwicht. Triticale heeft, afhankelijk van de soort, geen hinder van vorst of sneeuw. De groei staat ‘s winters stil en gaat in het voorjaar verder. De bodem wordt niet kapot gefreesd, maar met een speciale spitmachine licht omgezet en ingezaaid. Dit om de vruchtbare, zwarte grond zoveel mogelijk bovenin te houden. In het voorjaar worden de ingezaaide stukken van humest voorzien om de groei te bevorderen en aan het eind van juli wordt er geoogst.

“Alleen de beste kwaliteit is goed genoeg”

Ons land

Ons land bestaat niet alleen uit de Polder van Biesland, maar ook uit een aantal andere natuurgebieden, waaronder de Ackerdijkse Plassen. Zo spelen niet alleen gras, maar ook sloten, rietkragen, struikgewas en bebossing een rol in onze kringloop. Alles wordt hergebruikt, door het te verwerken tot voedingsrijke humest en strooisel voor in de stallen. Zo maken wij van afval uit de natuur een mooi product en wordt het milieu minder belast. Met name het beheer van deze natuurelementen vraagt om handwerk en daarvoor zetten wij onze hulpboeren in. Als voer voor de koeien gebruiken wij ons gras, dat uit maar liefst 50 kruidenrijke grassoorten bestaat. Daarnaast ook een tarwesoort dat we deels zelf op een gepacht land in Berkel verbouwen.

Met name het beheer van deze natuurelementen vraagt om handwerk en daarvoor zetten wij onze hulpboeren in

IMG-5456
IMG-0136

Onze mest

Gebruik

Wij maken op ons bedrijf geen gebruik van kunstmatige meststoffen. Bij ons is mest de basis van onze kringloop. De kwaliteit hiervan is van cruciaal belang voor het bodemleven (onder het gras).

Dat geeft biodiversiteit in het grasland: kruiden en meerdere grassoorten krijgen zo de kans te groeien. In een gezond grasland staan soms wel 50 verschillende soorten kruiden en grassen. Een goede balans in het gras brengt de koe in haar natuurlijke evenwicht.

Humest en drijfmest

De humest rijden we uit in het voorjaar, voordat de weidevogels hun nesten maken. Humest bestaat uit natuurlijke plantenresten en slootvegetatie uit de omgeving (zoals rietkragen en gehakselde takken), gecombineerd met koeienmest.

De drijfmest (vloeibare koeienpoep) wordt pas in mei of later uitgereden, want deze mest kan uitspoelen naar het grondwater. Het gras gaat dan groeien en is in staat om de minerale voedingsstoffen uit de mest goed op te nemen.

Humest te koop

Wij verkopen ook humest aan bedrijven en particulieren; voor meer info ga naar onze webshop of neem contact met ons op.

Ons water

De rol van het water is heel belangrijk in onze kringloop

We hebben namelijk aardig wat oppervlakte aan water in onze polder liggen. ‘Natte plekken’ mogen verder vernatten. Andere plekken laten we droog staan. Dit geeft de natuur veel (nieuwe) kansen. Wij willen de oevervegetatie goed beheren en worden daarbij sinds kort geholpen doordat er voor het waterpeil een peilgebied is vastgesteld.

Langs de oevers

De diversiteit aan soorten zal toenemen. Enerzijds is dit het gevolg van de aanleg van een aantal nieuwe, streekeigen landschapselementen. Anderzijds zorgt het beperkte bemesten en het benutten van oevervegetaties e.d. in de bedrijfsvoering dat de bodem van het boerenbedrijf langzaam kan verschralen. Verschraling (een voedingsarme bodem) zorgt ervoor dat andere soorten planten een kans krijgen zich te ontwikkelen.

Er worden natuurvriendelijke oevers aangelegd langs de hoofdwatergangen. Ook worden enkele dwarssloten uitgediept en verbreed. Langs de bosranden komen zomen en langs de akkers grazige stroken, rijk aan verschillende grassoorten. Verder is het bestaande slikgebied (plas-drashoek) in de Bieslandse Bovenpolder de laatste jaren flink uitgebreid.

Er is ook een zuiveringsmoeras, een zogenoemde helofytenfilter, aangelegd. Dit is een biezen-rietveld waar water doorheen stroomt, zodat het water op een natuurlijke manier gezuiverd wordt.

Eén peilgebied met flexibel peil

Voorheen was het waterpeil door stuwen versnipperd, maar onlangs is dit veranderd en zal de Polder van Biesland nu onder één peilgebied vallen. Omdat het maaiveld ca. 60 cm in hoogte varieert, zal er een aanzienlijk verschil in drooglegging optreden. In het zuidoosten van de Polder van Biesland zal de drooglegging doorgaans slechts enkele decimeters zijn; op de hogere, productievere gronden zal dat oplopen tot wel 80 cm. Het verschil tussen het (nu nog hogere) zomerpeil en het winterpeil wordt opgeheven. Er wordt een middenpeil ingesteld op het niveau van het voormalige zomerpeil. Naast dit gegeven middenpeil wordt ook in een flexibel peil voorzien. Zo zal het slootpeil in de winter boven het middenpeil mogen fluctueren (ongeveer 15 cm) en in de zomer eronder. Voor de oeverbegroeiingen langs de hoofdwatergangen is dit verschil van groot belang. De vegetatie kan zo tot ontwikkeling komen en de vitaliteit ervan gehandhaafd worden (ook in verband met het voorkomen van oeverafslag). Bij een lager peil in de zomer hebben immers meer oeverplanten de kans om op droogvallende plaatsen te kiemen, terwijl bij een hoger peil in najaar en winter strooisel van afgestorven planten naar elders wordt afgevoerd, zodat de vegetatie niet verstikt en verruigt. Een vitale oevervegetatie is van groot belang voor de fauna en voor de vastlegging van de oevers.

Boeren volgens een kringloopsysteem van ca. 100 jaar geleden wil natuurlijk nog niet zeggen dat we ook werken met de middelen van toen. Net als op andere boerderijen hebben ook wij een serie indrukwekkende tractoren en machines. Voor het maaien, uitrijden van mest en noem maar op.

Onze omgeving

IMG-5427

Sloten

Sloten vormen bij ons veelal een natuurlijke afscheiding van een stuk land, maar we willen ook graag de stukken land zonder zo’n afscheiding omheinen met natuurlijk materiaal. Voorbeelden hiervan zijn vlechtheggen en takkenrillen. Deze staan niet alleen veel leuker, maar ze bieden veel kleine diertjes voedsel, nest- en schuilmogelijkheden. Wij kunnen deze afscheidingen niet allemaal zelf opzetten en bijhouden. Gelukkig zijn er hulpboeren, vrijwilligers, bedrijfswerkdagen, schoolklassen en de Vrienden van Biesland om ons hierbij te helpen.

hb

Vlechtheg

Zo heeft de Stichting Vrienden van Biesland in 2005 een bijzondere vlechtheg aangelegd. Ze noemen zo’n heg ook wel een ‘natuursnelweg’. Elke winter wordt deze door hulpboeren en vrijwilligers onderhouden.

Naar meer informatie over de vlechtheg.

takkenwal2

Takkenrillen van knotwilgen

Er zijn diverse takkenrillen in ons gebied te vinden. Deze worden gemaakt door dikke takken van knotwilgen in twee rijen naast elkaar in de grond te plaatsen. Daartussen worden elk jaar takken gelegd, die ook weer afkomstig zijn van knotwilgen.

Zo krijg je een natuurlijke afscheiding waar allerlei kleine diertjes dankbaar gebruik van maken als nestplek of schuilplaats. Wij hebben een hele lange langs de Korftlaan gemaakt.

Vlechtheg

Een normale heg wordt met de heggenschaar in toom gehouden

Een vlechtheg krijgt zijn vorm op een andere manier, namelijk door de takken te vlechten. Hier zijn meerdere manieren voor, maar onze manier heet: ‘de heg leggen’. Het is de meest arbeidsvriendelijke en natuurvriendelijke manier. De natuur doet het verticale groeiwerk. Vervolgens worden eens in de 10-15 jaar de verticaal groeiende stammen horizontaal ‘gelegd’, waarna de natuur weer verticaal daardoorheen gaat vlechten.

Prikkeldraad

Een vlechtheg is eigenlijk al heel lang onderdeel van het landschap. Julius Caesar had er tegen de Galliërs al last van. Met andere woorden, voordat er prikkeldraad was, waren er vlechtheggen. Prikkeldraad heeft geen ander voordeel dan dat je er nooit meer werk aan hebt. Een vlechtheg is naast een afscheiding ook een natuurlijk groen lint door het landschap.

Onze vlechtheg langs het fietspad

Tijdens de eerste VriendenDoeDag van de Stichting Vrienden van Biesland in 2005 zijn er met man en macht een heleboel struiken en boompjes geplant langs het fietspad tussen het Virulypad en de betonnen brug naar de Dobbeplas. [google maps kaartje waar dit is] De nieuwe aanplant is daarna bedekt met een laagje houtsnippers. Vol verwachting klopten de harten van de harde werkers hoe het zich zou ontwikkelen. Het jaar erna zijn er struiken bijgeplant, sommige zijn van extra steun voorzien, is er onkruid weggehaald en zijn de struiken weer bedekt met houtsnippers.

We krijgen steeds vaker te horen dat de haag het zicht op de mooie polder ontneemt. Daarnaast horen we dat het meer onderhoud behoeft, omdat de haag fietsers en andere recreanten soms in de weg hangt. Daarom leggen we hier uit waarom we zo’n vlechtheg plaatsen.

Voor de vogels, vlinders en mensen

Voor met name de kleinere dieren is het groene lint, dat door de vlechtheg ontstaat, belangrijk als schuilgelegenheid, maar ook als een soort overdekte, veilige route. Bovendien zit er veel horizontaal hout in zo’n vlechtheg, waar nestjes op gebouwd kunnen worden. De doorns in de heg laten kleinere dieren wel door, maar de grotere rovers juist niet, wat de broedvogels ideaal zullen vinden. De heg zal in het late voorjaar bloeien voor de vlinders en bijen. In de herfst en winter zitten er bessen aan. Mensen zullen de roze bloemen en rode bessen ook waarderen. De heg zal als windscherm dienen naast het fietspad. Ten opzichte van een gewone heg blijft er meer fietspad over, omdat de vlechtheg relatief smal blijft.

Met dank aan Eelco de Boer van Werkgroep Groen